Weidevogels van Midden-Delfland

Home » Diensten » Weidevogels van Midden-Delfland

Oer-Hollandse poldervogels

Weidevogels en Midden-Delfland horen bij elkaar. Midden-Delfland is van groot belang voor deze vogels. In het voorjaar zijn de polders van Midden-Delfland het thuis van deze bijzondere vogels, waarvan sommige meer dan 6000 km vliegen om hier te kunnen broeden.


Dé weidevogel bestaat niet, het is een verzamelnaam van verschillende vogelsoorten die broeden in open terrein met voldoende voedselaanbod en schuilplaatsen voor nesten en kuikens. Deze omstandigheden vinden de vogels in het boerenland. Onder andere grutto’s, kieviten en tureluurs  trekken in het voorjaar de boerenpolders in om er hun nest te maken, in het gras op de grond. Broedende weidevogels zijn een uniek Nederlands natuurfenomeen, dat maar op weinig andere plekken op de wereld te zien is. In Midden-Delfland kun je dit nog met eigen ogen en oren aanschouwen. Zie onderaan deze pagina de weidevogelfietsroutes.

‘Vliegvlugge’ jongen
Weilanden zijn er in Midden-Delfland en ook in andere gebieden in Nederland nog genoeg en dat maakt Nederland ook het bolwerk van de weidevogels. Wellicht weet u dat de aantallen weidevogels de afgelopen decennia toch enorm achteruit zijn gegaan. In vergelijking tot andere delen van Nederland gaat het in onze polders redelijk goed, maar toch staan de aantallen ook hier onder druk en zien we teruggang. Er worden te weinig kuikentjes volwassen om de populaties op peil te houden. Dit heeft verschillende oorzaken, zoals verstedelijking, intensievere landbouw en de toename van predatie.

Een voorbeeld: zo’n 90% van de West-Europese gruttopopulatie broedt in Nederland. In 2015 is deze vogel daarom ook uitgeroepen tot onze nationale vogel. Als het deze vogels niet lukt om hun jongen ‘vliegvlug’ te krijgen, waardoor het aantal in ons land afneemt, dan heeft dat gevolgen voor de gehele Europese populatie en dreigt deze weidevogel uit te sterven. Dat mag niet gebeuren!

Alle krachten bundelen!
In Midden-Delfland zetten veel boeren zich al jaren in voor de bescherming van grutto, kievit, veldleeuwerik en andere vogelsoorten die in het weiland broeden. In 1999 hebben de boeren  Agrarische Natuurvereniging Vockestaert opgericht om het beheer van de agrarische natuur t.b.v. de weidevogels te structureren en coördineren. De inrichting en het beheer van het agrarisch gebied worden ingezet om de populatie van de weidevogel in stand te houden. Dit in samenwerking met loonwerkers, vrijwilligers en andere gebiedspartijen.

Inmiddels heeft Vockestaert ook andere zaken opgepakt, zoals recreatieve activiteiten bij de boer. Daarnaast is via Vockestaert ook boerderij educatie mogelijk, voornamelijk voor schoolklassen om de kinderen te leren over voedsel en de oorsprong daarvan. Op speelse wijze maken zij kennis met de natuur en het boerenbedrijf. Vanwege deze uitbreiding van taken en door aanpassing van het landelijke stelsel rond agrarisch natuurbeheer, zijn de boeren die zich inzetten voor  het weidevogelbeheer inmiddels verenigd in het Agrarisch Collectief Midden-Delfland.

Door verschillende maatregelen zorgen de boeren op hun land voor voedsel en beschutting voor de kuikens. Denk daarbij bijv. aan uitgesteld maaien, greppel plasdras, kruidenrijk grasland, extensieve beweiding, etc. De boer sluit een beheerpakket af met het Collectief en ontvangt, als ze voldoen aan de beheervoorwaarden, een vergoeding voor de gederfde inkomsten/hogere kosten door de uitvoering van dat beheer. Het gebied dat hierbij bediend wordt, is groter dan de gemeente Midden-Delfland en ligt tussen de grote steden Rotterdam en Den Haag, de glastuinbouw in het Westland en de bebouwing van Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp.

Belangrijke partner van het Collectief is de Vogelwerkgroep Midden-Delfland. Met hun vrijwilligers verzorgen zij de monitoring van de vogels in het gebied, beschermen de nesten en kuikens bij werkzaamheden in het land en speelt een actieve rol bij het plaatsen van de juiste beheerpakketten op de plekken waar de vogels er het meest mij zijn geholpen.

Weidevogelpact
In 2014 is daarnaast het samenwerkingsverband Weidevogelpact Midden-Delfland  van start gegaan. Een bijzondere samenwerking, die in lang niet alle weidevogelgebieden in Nederland vanzelfsprekend is. LTO Noord afdeling Delflands Groen, Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, Natuurlijk Delfland (voorheen KNNV afdeling Delfland), Natuurmonumenten en Vogelwerkgroep Midden-Delfland sloegen de handen ineen om de natuurcompensatiegelden van de doorgetrokken A4 zo in te zetten, dat de aantallen weidevogels in Midden-Delfland niet verder afnemen. De gemeente Midden-Delfland, provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Delfland ondersteunen de Pact-partijen en werken intensief mee. Ook met de Wildbeheereenheid Delfland en het Agrarisch Collectief wordt nauw contact onderhouden. Aan de Pact-tafel wordt veel gesproken en goed nagedacht over wat er nodig is om het tij te keren voor deze polderbroeders. Het voortbestaan van de weidevogels in Midden-Delfland wordt bepaald door een samenhang van verschillende factoren. Daarom zet het Weidevogelpact breed in, zoals het weiland inzaaien met kruiden die insecten aantrekken voor de kuikens, bepaalde plekken voorzien van elektrisch raster om de vossen buiten te houden en het opleiden van vrijwilligers. De projecten en maatregelen van het Weidevogelpact staan beschreven in het Uitvoeringsplan.

Weidevogels zien?

Weidevogels zijn van begin februari tot eind juni in of om de polder te zien. Op deze kaart zijn twee fietsroutes uitgezet langs de plekken waar je goed weidevogels kunt zien. Blijft u wel uit het weiland, houd uw hond aan de lijn en vergeet uw verrekijker niet!

Meest bekende weidevogels 

De veldleeuwerik
In tegenstelling tot de primaire weidevogels (bij ons de kievit, grutto, tureluur en scholekster) die tot de steltlopers behoren, is de veldleeuwerik een zangvogel. En dat is dan ook één van de meest opvallende kenmerken van dit kleine bruine vogeltje; zijn fantastische, jubelende zang, hoog boven het weiland (alleen de mannetjes zingen). Vroeger overal te horen, tegenwoordig een zorgenkindje waar we erg ons best voor moeten doen om ze te behouden. De populatie van de veldleeuwerik is sinds pakweg 1960 met 95% afgenomen. Voornaamste oorzaken hiervoor zijn gelijk aan die welke de overige weidevogels parten spelen: droge, eenzijdige graslanden met minder insecten, die vroeg gemaaid worden. Maar op enkele plekken in Midden-Delfland zien we een voorzichtige toename. Door goede samenwerking met de boeren en gericht beheer, kunt u hier zijn lyrische zang in het voorjaar weer horen! Meer over de veldleeuwerik.

De kievit
Kieviten zijn een vertrouwd beeld in onze polders, het hele jaar door. Alleen als het keihard vriest of sneeuwt vertrekken de kieviten uit ons gebied. Buiten de broedtijd vertoeven ze in grote groepen van enkele honderden vogels. Van begin maart tot in juli zijn de kieviten met hun nageslacht bezig. Kieviten zijn te vinden op plekken met kort gras, langs plassen, bij koeien en op kale akkers. De mannetjes met hun prachtige, buitelende baltsvluchten en opzwepende roep zijn een oer-Hollandse voorjaarsbode, als begin maart de weiden nog berijpt zijn. Wanneer de kieviten hun nest of kuikens beschermen, zijn ze nergens bang voor en vallen ze iedere roofvogel of kraai aan die te dicht in de buurt komt. Half april komen de kuikens tevoorschijn en zij volgen dan het liefst de koeien die weer naar buiten gaan, want onder zo’n koe lopen geeft extra bescherming. Vroeger waren er zoveel kieviten dat hun eieren werden opgegeten. Het was een wedstrijd om het eerste ei te vinden. De koningin kreeg altijd het eerste kievitsei aangeboden. Meer over de kievit.

De tureluur
Tureluurs zijn meestal onopvallend aanwezig in de oevers van slootkanten, greppels en plasdras gebieden. Het meest opvallende aan de tureluur zijn de rode pootjes en dan moet je nog goed kijken, want tureluurs zijn best klein. Als je eenmaal een tureluur in beeld hebt, zo in de periode maart – juli, dan merk je dat het eigenlijk hele drukke vogeltjes zijn. Vaak roepen, veel fladderen en als ze kuikens hebben, zijn ze niet meer te houden. Op korte afstand vliegen ze scheldend om je heen om je weg te leiden van hun kostbare kindertjes. Tureluurs word je ervan. Hun nest maken ze goed verstopt in het gras in de buurt van de grotere en sterkere kieviten, op wie ze vertrouwen in de strijd tegen roofdieren. Meer over de tureluur. 

De scholekster
Vroeger was de scholekster een echte kustvogel. Tegenwoordig broeden ze ook vaak in weilanden en zelfs op grinddaken. Dit laatste is een kunstje wat van alle weidevogels alleen de scholekster kan. De kuikens worden namelijk gevoerd door de oudervogels. Zij komen het voedsel bij hun jongen brengen, zodat deze toch op de relatief kale daken kunnen opgroeien. Bij de overige weidevogels moeten de kuikens na het verlaten van het ei meteen hun eigen kostje bij elkaar scharrelen. Scholeksters kunnen heel oud worden, wel 30 tot 40 jaar, en zijn erg trouw aan hun territorium. Vaak broeden ze op precies dezelfde plaats als het jaar ervoor. De scholekster verdedigt eieren en jongen bijzonder fel en weet vaak predatoren op een afstand te houden. Vooral in het voorjaar kunt u het vrolijke tepiet-tepiet van de scholekster horen, wat hem de bijnaam Bonte Piet heeft opgeleverd. Meer over de scholekster.

De slobeend
Hoewel de slobeend niet altijd tot de weidevogels gerekend wordt, broedt ook deze mooie eend in onze weilanden. Omdat de eend relatief laat begint met broeden, is deze nog niet uitgebroed wanneer er gemaaid moet worden. Bovendien zit het eendje erg goed verborgen en ‘muurvast’ op de eieren en wordt daardoor slecht gevonden door de vrijwilligers, die zijn nest zouden kunnen markeren zodat het niet tijdens het maaien verloren gaat. Het grote voordeel van eenden boven de andere weidevogels is dat direct na het uitkomen van de eieren de eend het water opzoekt, en daar dus veilig is, tenminste voor maaiwerkzaamheden. Uiteraard niet voor reigers, snoeken en andere liefhebbers van jonge eendjes. Maar daarom legt de eend ook acht tot twaalf eieren. De slobeend broedt bij ons niet in grote aantallen, maar in het voorjaar kunt u toch vaak meerdere mannetjes achter één vrouwtje aan zien vliegen. Meer over de slobeend. 

De grutto
Na de kieviten komen eind maart de grutto’s de polders in om te broeden. Zij hebben hun winter in Afrika doorgebracht, waar ze ook bij boeren verblijven, maar dan in rijstvelden. Baltsende mannetjesgrutto’s vliegen hoog door de lucht en doorkruisen hele polders, terwijl ze hun eigen naam roepen. Uiteindelijk landen ze, terwijl ze hun vleugels omhoog houden, op de plek die hen het mooiste lijkt om te zorgen voor de komende generaties. Ze leven in lang gras, zodat je de kuikens maar zelden ziet. Het gedrag van de ouders is wel opvallend, met constant geroep om contact met de jongen te houden. Grutto’s vliegen waanzinnig snel, veel sneller dan welke kraai, meeuw of buizerd dan ook, en het is prachtig om te zien hoe grutto’s de aanval inzetten op bedreigingen voor hun kroost. Alleen voor de snelste vogel ter wereld, de slechtvalk, zijn ze bang. Grutto’s zijn van eind maart tot begin juni aanwezig en sommige vliegen dan in drie dagen terug naar Senegal. Een hoogvlieger dus, onze nationale vogel. Meer over de grutto.