Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Op 1 januari 2023 gaat het nieuwe GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) in. Het stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is hier onderdeel van en gaat dus ook in 2023 van start. Op deze plek bundelen we alle informatie over het GLB vanaf 2023. Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn, dan zetten we dat hier op onze website.

Een nieuwe periode betekent dat de huidige ANLb contracten per 31 december 2022 aflopen. In september 2022 moeten we een aanvraag indienen bij de provincie Zuid-Holland om budget te verkrijgen voor de uitvoering van het ANLb vanaf 2023. Hiervoor is het noodzakelijk dat wij weten op hoeveel ha. we agrarisch natuurbeheer kunnen afsluiten bij onze deelnemers. Wij zullen in de zomer contact met u opnemen om de mogelijkheden en wensen te bespreken.

Disclaimer: Het nieuwe GLB is nog in ontwikkeling. U kunt daarom geen rechten ontlenen aan deze pagina.
Laatste update: 1 juni 2022

Een nieuw GLB, wat verandert er?

Het nieuwe GLB wil toekomstbestendig boeren sterker belonen. Binnen de GLB-subsidies is hier meer aandacht voor. De grootste verandering is dat de basisbetalingsregeling (BBR) verandert in een basispremie waar conditionaliteiten (voorwaarden) aan verbonden zijn. Daarnaast is er de mogelijkheid om deel te nemen aan de nieuwe eco-regeling. Met het uitvoeren van eco-activiteiten draagt u bij aan 5 doelen: klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Het ANLb blijft bestaan, echter met wijzigingen in beheerpakketten, voorwaarden en tarieven.

Voorlopig overzicht regelingen in het nieuwe GLB

In het Nationaal Strategisch Plan (NSP) staat de Nederlandse invulling van het nieuwe Europese GLB. Dit plan ligt nog ter goedkeuring in Brussel, dus op dit moment kunnen we alleen de verwachte veranderingen en de verwachte nieuwe regelingen delen.

Het nieuwe GLB is opgebouwd uit drie schillen. De binnenste schil is de basispremie. Om in aanmerking te komen voor die basispremie moet u voldoen aan de basisvoorwaarden (conditionaliteiten). Als u daaraan voldoet kunt u zelf bepalen of u ook wilt meedoen aan de eco-regeling. Daarbovenop kunt u nog maatregelen nemen die in het ANLb passen. U kunt ook deelnemen aan het ANLb als u voldoet aan de conditionaliteiten, maar geen gebruik maakt van de basispremie of de eco-regeling. Al deze aspecten worden hieronder puntsgewijs besproken.

Veel regelingen zijn toegespitst op de akkerbouw, voor de overzichtelijkheid gaan wij hier alleen in op de verwachte gevolgen voor graslandbedrijven.

Basispremie

• De basisbetalingsregeling (BBR) van het huidige GLB wordt de basispremie in het nieuwe GLB. De definitieve hoogte van dit bedrag is afhankelijk van het aantal deelnemers aan het GLB, maar wordt nu geschat op circa €220/ha, teruglopend tot circa €165/ha in 2027.
• U krijgt de basispremie per hectare subsidiabele grond. Er zijn per 2023 geen betalingsrechten meer. De basispremie is lager dan de betalingsrechten waren.
• Landschapselementen, waaronder sloten tellen in het nieuwe stelsel mee voor het aantal hectares en worden dus subsidiabele landbouwgrond.
• U hoeft geen actieve landbouwer meer te zijn als uw uitbetaling lager is dan € 5000.
• U krijgt voor de eerste 40 hectare van uw subsidiabele grond een extra betaling van ongeveer € 54 per hectare.

Conditionaliteiten

Om voor de basispremie in aanmerking te komen en om deel te nemen aan de eco-regeling en/of het ANLb, moet u aan bepaalde basisvoorwaarden voldoen; dat zijn de zogenaamde conditionaliteiten. Dat wil zeggen dat U zich houdt aan de wet- en regelgeving (randvoorwaarden) en daarnaast aan de nieuwe 9 Goede Landbouw- en Milieucondities (GLMC’s). Net als voorheen is het uw eigen verantwoordelijkheid om aan deze conditionaliteiten te voldoen en wordt e.e.a. gecontroleerd via RVO. De GLMC’s die gelden voor graslandbedrijven zijn (voorlopig) de volgende:

1. Oppervlakte blijvend grasland gelijk houden
Blijvend grasland houdt koolstof vast. Hiermee voorkomt u CO2-uitstoot. Deze maatregel geldt op landelijk niveau. Tot en met 2027 mag het percentage blijvend grasland in Nederland niet meer dan 5% dalen. Als er sprake is van een te grote daling zullen er extra maatregelen worden opgelegd, zoals een omzetverbod of herstelplicht.

2. Veenweiden en wetlands beschermen
Kooldioxide en nutriënten blijven in de bodem, als veen niet in contact komt met de buitenlucht. Daarom is het van belang dat het veen nat blijft. Bedrijven op veengronden (niet-vrij-afwaterend) tot circa 1 m boven NAP mogen niet afwijken van het vastgestelde waterpeil in hun gebied. Er komt nog een kaart waarop de betreffende gebieden zijn aangegeven.

3. Stoppels niet verbranden
• Door stoppels te laten staan blijven organische stoffen in de bodem. Zo verbetert u de bodemkwaliteit en biodiversiteit.
• Heeft u gemaaid of geoogst en blijven er stoppels staan? Deze delen van een halm of stengel mag u niet verbranden.

4. Verbrede bufferstroken langs waterlopen
• Met bufferstroken waarop geen nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden, draagt u bij aan de kwaliteit van het oppervlaktewater.
• U heeft een bufferstrook van 5 meter breed langs ecologisch kwetsbare waterlopen en waterlichamen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Een kaart hiervan voegen wij binnenkort toe.
• Langs andere watervoerende sloten is uw bufferstrook 2 meter breed. In het geval van een kruidenrijke graslandrand mag – als de waterkwaliteit op orde is – worden volstaan met een breedte van 1 meter. Deze breedtes sluiten aan bij het 7e NAP. Of de kwaliteit op orde is, zal met het waterschap besproken moeten worden.
• Een bufferstrook hoeft nooit groter dan 5% van het perceel te zijn. Nog uitgewerkt moet worden of dat inhoudt dat de breedtes van alle bufferstroken op het betreffende perceel zodanig versmald mogen worden dat op die 5% wordt uitgekomen.

6. Bodem minimaal bedekken
• Met een minimale bodembedekking beschermt u de bodem en zorgt u ervoor dat nutriënten in de bodem blijven.
• U zaait op niet-productieve percelen een groenbemester in tussen 31 mei en 31 augustus. We maken later bekend welke groenbemesters u mag gebruiken. U mag de bodem ook bedekken met gewasresten of ruige stalmest. Voor de biologische landbouw komt er misschien een vrijstelling voor deze conditionaliteit.

9. Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland beschermen
Blijvend grasland houdt koolstof vast. Hiermee voorkomt u CO2-uitstoot. U mag ecologisch kwetsbaar blijvend grasland niet ploegen en omzetten. Dit grasland ligt vooral in Natura 2000-gebieden . De kaart met ecologisch kwetsbaar blijvend grasland in Nederland werken we nog bij.

Het volledige overzicht van de GLMC’s leest u op: Het nieuwe GLB: de conditionaliteiten (rvo.nl)

Eco-regeling

De eco-regeling met eco-activiteiten is een nieuwe regeling binnen het nieuwe GLB. Door eco-activiteiten uit te voeren helpt u mee aan 5 doelen: het verbeteren van klimaat, bodem/lucht, water, landschap en biodiversiteit. U kiest zelf welke activiteiten passen bij uw bedrijf en percelen. Als u met de uitgevoerde activiteiten voldoende punten én waarde heeft gehaald, krijgt u de eco-premie uitbetaald.

Het puntensysteem
Met het uitvoeren van diverse eco-activiteiten verdient u enerzijds punten. U moet een minimaal aantal punten halen op de vijf genoemde doelen (klimaat, bodem/lucht, water, landschap en biodiversiteit). Scoort u op alle 5 doelen voldoende punten? Dan voldoet u aan de instapeis voor deelname aan de eco-regeling.

Daarnaast heeft iedere activiteit een bepaalde waarde. De totale waarde die u haalt met uw gekozen activiteiten bepaalt de hoogte van de eco-premie die aan u uitbetaald wordt. Er zijn 3 beloningsniveaus: brons, zilver of goud. U ontvangt deze premie (brons, zilver of goud) over alle hectaren die u opgeeft bij de gecombineerde opgave. De hoogte van de premie is nog niet bekend: die hangt af van hoeveel bedrijven mee gaan doen en op welk beloningsniveau zij terecht komen. Naar verwachting zal deze variëren van circa €60 tot €200 per ha, maar zal eind 2023 pas definitief zijn.

Simulatietool
Om uit te vinden welke activiteiten voor u en uw bedrijf toepasbaar zijn en hoeveel punten en welke waarde ze opleveren, komt er een simulatietool beschikbaar. Hiermee kunt u diverse scenario’s voor uw bedrijf uitproberen. U kunt voor een aantal activiteiten ook kiezen of u deze onderbrengt bij de eco-regeling of het ANLb (zie verder).

U kunt zelf met de tool aan de slag, maar het kan handig zijn om contact op te nemen met uw eigen adviseur om de mogelijkheden en gevolgen voor uw bedrijf in het kader van de eco-regeling te bespreken. Wanneer de simulatietool beschikbaar is, vindt u hier de link naar de tool.

Voorlopig overzicht eco-activiteiten
Hieronder vindt u de lijst met eco-activiteiten, die toepasbaar zijn op graslandbedrijven (met eventueel wat snijmais of luzerne) en die u per perceel kunt opgeven. Waar er bijv. gesproken wordt over ‘lijsten’ dan volgen deze zodra beschikbaar. De genoemde voorwaarden worden momenteel in de praktijk getoetst en zullen aan de hand daarvan wellicht nog aangepast worden.

H02. Stikstofbindend gewas
• De landbouwer teelt een gewas of combinatie van gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als hoofdteelt, waarbij in de periode van 15 mei tot 15 juli de oppervlakte van het betreffende perceel gedurende ten minste twee weken voor minimaal 90% uit het/de aangegeven stikstofbindende gewas(sen) bestaat.

H04. Langjarig grasland
• De landbouwer teelt blijvend grasland (= minimaal vijf jaar onafgebroken grasland) op het perceel, waarbij in de gehele periode van 1 januari tot en met 31 december de oppervlakte van het perceel voor minimaal 90% bestaat uit grasland; en
• Op het perceel is vanaf 1 januari 2023 uitsluitend lichte grondbewerking toegepast; en
• Volveldse chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan; uitsluitend pleksgewijze chemische onkruidbestrijding is toegestaan, op maximaal 10% van het oppervlakte.

H05. Grasland met kruiden
• De landbouwer teelt gras op het perceel, waarbij er geen sprake is van een monocultuur productief grasland, en van 1 april tot 1 oktober minimaal 25% van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen bestaat. Gras, kruiden en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
• Inzaaien van een kruidenmengsel met een bedekking van minimaal 25% is toegestaan.
• Deze activiteit is niet toegestaan op een bufferstrook.

H09. Gras/klaver
• Van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25% van het perceel uit gras en minimaal 25% uit klaver, waarbij in de periode van 1 april tot 1 oktober de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 90% uit grasklaver bestaat. Gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.

H11. Bufferstrook met kruiden langs grasland
• De landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter breed is, en minimaal een meter breder is dan de verplichte bufferstrook [GLMC 4] en deels samenvalt; en
• Deze activiteit is niet toegestaan waar vanuit het 7e APN een bufferstrook van vijf meter verplicht is; en
• De kruidenrijke bufferstrook ligt langs een perceel met grasland en langs een watervoerende sloot (niet zijnde een droge sloot); en
• Er wordt niet gebruik gemaakt van chemische onkruidbestrijding, bemesting, of gewasbeschermingsmiddelen op de bufferstrook; en
• Van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25% van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen. Gras, kruiden en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over de bufferstrook.
• Maaien en beweiden is toegestaan.

B01. Onderzaai vanggewas
• De landbouwer teelt een vanggewas uit de gewassenlijst ‘onderzaai vanggewas’, als onderzaai in combinatie met de hoofdteelt, zodat dit leidt tot zichtbare bodembedekking direct na de oogst van de hoofdteelt, dat wil zeggen dat tot ten minste 1 december de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% uit het aangegeven vanggewas bestaat; en
• De hoofdteelt en de onderzaai zijn verschillende gewassen.

B02. Groenbedekking
• De landbouwer teelt een vanggewas uit de gewassenlijst ‘groenbedekking’, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% uit het aangegeven vanggewas bestaat; en
• Volveldse chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan; uitsluitend pleksgewijze chemische onkruidbestrijding is toegestaan, op maximaal 10% van het oppervlakte; en
• De groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt, zonder doodspuiten of branden van onkruid.

T01. Biologische bestrijding
• Op contractbasis aan biologische bestrijding doen. Controle op basis van gegevens uitwisselen met contractant.

V01. Verlengde weidegang (1500 uur)
• De landbouwer neemt het gehele jaar deel aan een door de minister goedgekeurd certificeringssysteem, voor het hele jaar, voor categorie 1 [waarschijnlijk vergelijkbare opzet als certificaat voor 720 uur van Stichting Weidegang]; en
• De activiteit vindt plaats op grasland.
1. Melkkoeien. Melkgevende koeien, niet zijnde jongvee.
2. Minimaal 1500 uur weiden per jaar.
3. Weiden in het voorjaar, zomer en begin van herfst.

V02. Verlengde weidegang (3000 uur)
• De landbouwer neemt het gehele jaar deel aan een door de minister goedgekeurd certificeringssysteem, voor het hele jaar, voor categorie 2 [waarschijnlijk vergelijkbare opzet als certificaat voor 720 uur van Stichting Weidegang]; en
• De activiteit vindt plaats op grasland.
1. Melkkoeien. Melkgevende koeien, niet zijnde jongvee.
2. Minimaal 3000 uur weiden per jaar.
3. Weiden in het voorjaar, zomer en begin van de herfst waarvan het grootste deel dag en nacht.

N01. Houtig element (heg, haag, struweel)
• Een houtig element (te weten heg, haag, struweel, windhaag of windsingel) is in stand gehouden van 1 januari tot en met 31 december; en
• De verschijningsvorm is in stand gehouden; en
• Er wordt niet gesnoeid in de vogelbroedperiode.

N02. Houtig element (overige houtige elementen)
• Een houtig element (te weten overige houtige elementen) is in stand gehouden van 1 januari tot en met 31 december.

N03. Groene braak
• De landbouwer teel een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als hoofdteelt op een niet-productieve akker of akkerrand, die minimaal drie meter breed is; en
• In de periode van 15 maart tot 15 november bestaat de oppervlakte gedurende tenminste twee maanden voor minimaal 80% uit het aangegeven gewas; en
• Er wordt niet gebruik gemaakt van chemische onkruidbestrijding, bemesting, of gewasbeschermingsmiddelen op het perceel; en
• Beweiden en/of oogsten is niet toegestaan; en
• Deze activiteit is niet toegestaan op een bufferstrook.

N04. Bufferstrook met kruiden langs bouwland
• De landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter breed is, en minimaal een meter breder is dan de verplichte bufferstrook [GLMC 4] en mogelijk deels samenvalt; en
• Deze activiteit is niet toegestaan waar vanuit het 7e APN een bufferstrook van vijf meter verplicht is; en
• De bufferstrook ligt op bouwland (met uitzondering van tijdelijk grasland) en langs een watervoerende sloot (niet zijnde een droge sloot); en
• Er wordt niet gebruik gemaakt van chemische onkruidbestrijding, bemesting, of gewasbeschermingsmiddelen op de bufferstrook; en
• Beweiden en/of oogsten is niet toegestaan; en
• Van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25% van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen. Gras, kruiden en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over de bufferstrook.

D01. Biologische bedrijf (SKAL)
• Het bedrijf is SKAL-gecertificeerd of in omschakeling; en
• Indien het bedrijf deels biologisch is, geldt deze activiteit (punten + waarde) voor de biologische hectares van het bedrijf.

Het volledige overzicht van eco-activiteiten leest u hier.

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)

Het ANLb verandert in hoofdlijnen niet. Wel komt er een doel (en bijbehorende maatregelen) bij: Klimaat. Ook komen er mogelijk aanvullende maatregelen voor het doel Water bij. Hoe dit eruit zal zien voor Midden-Delfland is nog niet duidelijk en ook afhankelijk van de inzet en ambitie van het Hoogheemraadschap van Delfland. De provincie Zuid-Holland stelt het Natuurbeheerplan 2023 nog vast. Afhankelijk van de inhoud daarvan, bijv. op het gebied van bemesting en chemische bestrijding, heeft dit invloed op het ANLb.

Op dit moment worden op landelijk niveau de huidige beheerpakketten, voorwaarden en tarieven geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Als deze zijn vastgesteld dan wordt in Midden-Delfland vervolgens bekeken welke beheerpakketten in dit gebied worden opengesteld en hoe deze effectief ingezet kunnen worden voor het behoud van de weidevogels in Midden-Delfland. Het kan zijn dat er hierdoor iets verandert ten aanzien van de afgelopen periode. Ook kan het zijn dat er instapvoorwaarden voor bepaald beheer gehanteerd gaan worden.

Wij verwachten eind juni een overzicht van pakketten, vergoedingen en overige informatie op de website te kunnen plaatsen.

Deze zomer gaan we de deelnemers benaderen om met u te bespreken welk beheer kan worden voortgezet en/of waar aanpassingen nodig of gewenst zijn. Wilt u eerder een gesprek, neem dan contact met ons op.

Wat is de relatie tussen het ANLb en de eco-regeling?

Sommige activiteiten in de eco-regeling lijken op ANLb-pakketten, maar er mag geen sprake zijn van een dubbele beloning.

Een activiteit waarvoor u een ANLb-pakket heeft afgesloten, kunt u (wanneer deze ook in de lijst eco-regelingen voorkomt) ook opgeven in de eco-regeling. Om te voorkomen dat u een dubbele vergoeding ontvangt, tellen binnen de eco-regeling dan alleen de bijbehorende punten van de activiteit mee, wat u kan helpen om te voldoen aan de instapeis voor de eco-regeling. De bijbehorende waarde van de eco-activiteit wordt in dit geval niet bij uw totale waarde (die bepaalt of u in brons, zilver of goud valt) opgeteld.

Andersom, als u een eco-activiteit volledig opgeeft in de eco-regeling, dus voor de punten en ook de waarde, dan kunt u deze niet nogmaals in het ANLb vergoed krijgen. In een aantal gevallen zult u dus moeten kiezen wat u doet.

Met de simulatietool kunt u puzzelen welke opties voor u het meest aantrekkelijk zijn. Let hierbij wel op dat de simulatietool niet berekent wat het effect is op uw ANLb-vergoeding wanneer u besluit om voor een activiteit niet langer een ANLb-pakket af te sluiten, maar deze binnen de eco-regeling op te geven. Over het ANLb kan het Collectief u adviseren. Wat voor uw bedrijf verder de beste opties zijn, kunt u het beste met uw adviseur bespreken.

In sommige gevallen is stapelen van de vergoeding van een eco-activiteit en de ANLb vergoeding wel mogelijk: soms met behoud van de volledige ANLb-vergoeding, maar in sommige gevallen zal een deel van de ANLb-vergoeding gekort worden bij stapeling. Wat er precies mogelijk is, is nog onduidelijk. We doen ons best om u daar zo snel mogelijk over te informeren.

Voorbeelden van toegestane stapeling van een eco-regeling met ANLb (onder voorbehoud):
• Langjarig grasland: het behoud kunt u vergoed krijgen via de waarde van de eco-regeling. Op hetzelfde perceel kunt u een extra vergoeding krijgen via een ANLb-pakket (bv 1 juni land, legselbeheer of ruige mest).
• Grasland met kruiden: wanneer u dit voor zowel de punten als waarde opgeeft bij de eco-regeling en ook het ANLb-pakket kruidenrijk grasland op het perceel afsluit, ontvangt u vanuit het ANLb niet de volledige vergoeding, maar alleen een vergoeding voor onderdelen van het pakket (de verlate maaidatum) en eventueel de ruige mest die wordt uitgereden.

Wat is de relatie met het Groenfonds?

Een aantal activiteiten uit de eco-regeling en ANLb pakketten komen overeen met maatregelen die u wellicht via het Groenfonds heeft gecontracteerd. De huidige ronde van het Groenfonds loopt nog t/m 2023.

Vergelijkbare maatregelen, bijv. langjarig grasland of landschapselementen (houtige elementen), kunt u in het geval van de eco-regeling waarschijnlijk alleen opgeven voor de punten en niet voor de waarde. Vergoeding krijgt u immers al via het Groenfonds. Dit hangt wel af van de basis van de vergoeding (aanwezigheid en/of onderhoud) en er wordt nog nader onderzocht hoe u hiermee om dient te gaan.

Binnenkort wordt onderzocht hoe de nieuwe ronde van het Groenfonds vanaf 2024 eruit gaat zien, mede in relatie tot het nieuwe GLB en ANLb. U wordt hier in de loop van 2023 over geïnformeerd.